It’s too late to be a pessimist each individual can make the difference

De afgelopen weken heb ik veel nagedacht over mijn donorcodicil. Ik heb mijn donorcodicil al jaren en vind het eigenlijk niet meer dan normaal dat ik na mijn dood mijn organen die nog te gebruiken zijn af sta aan diegenen die ze kunnen gebruiken.

In het boeddhisme wordt verschillend aangekeken tegen orgaandonatie, wel wordt er gezegd dat het een individuele keuze en verantwoordelijkheid is.

Orgaandonatie kan in het boeddhisme worden gezien als een daad van vrijgevigheid, een daad van mededogen. Dit zijn eigenschappen die hoog aangeslagen worden en die zorgen voor goede verdienste, wat weer goed is voor een volgende wedergeboorte. Aan de andere kant kan orgaandonatie worden gezien als een verstoring van het stervensproces. Omdat sterven in het boeddhisme niet puur een lichamelijk proces is maar meer een mentaal proces kan het zijn dat het bewustzijn het lichaam nog niet heeft verlaten op het moment dat de organen verwijderd worden. Hierdoor kan het bewustzijn afgeleid worden waardoor een wedergeboorte verstoord kan worden.

Om heel eerlijk te zijn is dit mijn dilemma niet, want voor mij staat de Bodhisattvagelofte zo sterk dat ik het afleiden van mijn bewustzijn tijdens het verwijderen van mijn organen wel op de koop toe neem. Voor mij is veel meer het dilemma of mijn orgaandonatie leidt tot kwaliteit van leven of kwantiteit van leven (waarbij er van kwaliteit weinig sprake is).

Jaren geleden werd ik al met deze vraag geconfronteerd toen de medische wetenschap tegen de wil van de ouders de Siamese tweeling Jodie en Mary wilde scheiden, de ouders werd de ouderlijke macht ontzegd en de medici konden hun gang gaan. “Moeten we het doen omdat we het kunnen?” Was de vraag die me toen en ook nu nog mee bezig houdt. De vraag naar het scheiden van Jodie en Mary was namelijk nooit gerezen als de medici niet tot de operatie in staat waren geweest.

Onze techniek gaat steeds verder, dat houden we niet tegen en dat is ook helemaal niet mijn bedoeling. Waar ik me wel zorgen over maak is hoe ethisch we omgaan met de voortschrijdende techniek. In de documentaire Home zien we hoe wij mensen de aarde in relatief korte tijd uitputten. We zijn eigenlijk heel hard op weg naar de vernietiging van de aarde. Maar komt dit door de voortschrijdende de techniek of komt dit omdat we steeds meer en meer willen? Ik denk het laatste. De techniek speelt in op onze vraag. En wij willen onze behoefte iedere keer weer invullen, maar realiseren ons niet dat als onze behoefte voorzien is, dat we weer een nieuwe behoefte krijgen die we weer willen invullen. Als als dat niet gebeurt dan lijden we daaronder.

En eigenlijk zit daar voor mij een heel belangrijke oorzaak. We zijn bang voor lijden. Niet  alleen fysiek lijden, maar vooral geestelijk lijden. En om dat lijden te voorkomen schaffen we ons maar allerlei materiële zaken, technieken etc aan, die ons lijden voor korte tijd verzachten. Maar als die zaken ons ontvallen, of vervelen dan wordt ons lijden nog groter en dan moeten we weer nieuwe zaken of technieken aanschaffen die ons weer voor korte tijd uit ons lijden helpen. En zo zijn we terecht gekomen in een spiraal waar we eigenlijk niet meer uit kunnen stappen.

En zo zijn we volgens mij ook bang voor het lijden dat de dood ons zal brengen. We proberen dat zo lang mogelijk uit te stellen. Door er niet over te praten, door er niet aan te denken en geholpen door de medische wetenschap die in haar ontwikkeling naar mijn mening te weinig kijkt naar kwaliteit van leven, maar te veel naar de kwantiteit van leven. En misschien schets ik het nu wel wat heel zwart-wit. Maar onlangs hoorde ik iemand zeggen: wat brengt alle medische wetenschap ons: langer leven of langer sterven? Ik denk eigenlijk het laatste als ik veel verhalen om mij heen hoor.

Ik ben de afgelopen dagen bezig geweest met het invullen van een niet-behandelverklaring. Heel confronterend om dat als gezond mens te doen, maar toch heb ik het gedaan om in ieder geval een stuk duidelijkheid over mijn wens aan te geven.

Ik realiseer me het is MIJN weg om zo tegen het leven en het lijden aan te kijken. En ik gun iedereen dan ook zijn of haar weg om bevrijding te bereiken. Ik kan alleen mijn weg bewandelen.

En wat heeft dit alles nu met mijn donorcodicil te maken? Het afstaan van mijn organen doe ik om mensen uit hun fysiek lijden te helpen en hen kwaliteit van leven te geven. Maar help ik mensen daarmee echt als zij aan hun geestelijk lijden blijven lijden. Ligt het juist niet veel meer in de lijn van mijn Bodhisattvagelofte om mensen uit hun geestelijk lijden te verlossen? Ja daar ligt uiteindelijk mijn taak, maar ik kan niemand dwingen met zijn (geestelijk) lijden aan de slag te gaan. Zoals ik laatst iemand hoorde zeggen: “Iedereen heeft recht op zijn eigen ellende, daar hoef jij je niet verantwoordelijk voor te voelen”. Toch hoop ik dat ik in mijn omgeving door wie ik ben wat zaadjes kan planten. Meer kan ik niet doen, zaadjes planten in de hoop dat ze water krijgen en verzorgd worden en dat uiteindelijk de oogst zal leiden tot de opheffing van lijden.

Daarom blijf ik mijn donorcodicil behouden, maar ik hoop dat mijn organen gebruikt worden om iemand kwaliteit van leven te geven en geen kwantiteit van leven met een hoop angst en pijn voor de dood.

This entry was posted in A Year to Live. Bookmark the permalink.

2 Responses to It’s too late to be a pessimist each individual can make the difference

  1. Bas Berkenbosch says:

    Ook ik heb al jaren mijn inmiddels voddig donorcodicil altijd bij mij. Waarom? Om fysiek lijden van anderen te verzachten. Dood is dood. Klaar. En als je dan toch nog een ander kan helpen; waarom niet? Ook de gedachte van wederkerigheid speelde een sterke rol.
    Wat is het doel van ons leven op aarde? Het lijden van anderen te verzachten. Anderen verder brengen. Ik zal daartoe niet meer in staat zijn wanneer ik dood ben. Maar door orgaandonatie stel ik een persoon wel in staat om in zijn / haar leven te beginnen dan wel verder te gaan met het lijden van anderen te verzachten.
    De waarschijnlijkheid dat een ontvanger van een donororgaan, in vergelijking met anderen, hiertoe in staat is en daarbij ook nog succesvol is, schat ik erg hoog in.
    Ik word hier blij van.

  2. Jarenlang heb ik getwijfeld over het wel of niet donor worden. Uiteindelijk heb ik een aantl jaren geleden besloten om het in te vullen met een JA. Mijn ongefundeerde angst dat er in mijn lijf gesneden zou worden hield mij altijd tegen. Nu heb ik die angst nog steeds wel, maar alleen voor die tijd dat ik leef 😉 Na m’n dood merk ik er niets meer van en ik hoop dat als er nog onderdelen van mij bruikbaar zijn tegen die tijd, deze terechtkomen bij iemand die daardoor inderdaad wat extra kan genieten van de tijd die nog rest. Of dat meer tijd is doet er niet toe. Als het maar betere tijd is.

    En als iemand alleen langer leeft en niet beter, dan is dat zijn/haar verantwoordelijkheid. En misschien is dat voor hem/haar ook wel voldoende. Maar misschien dat er iemand in de omgeving van die persoon denkt ‘zo zou ik het niet willen’ en/of daardoor een extra inzicht verwerft…. Invloed hoeft niet direct te zijn. Het meeste is juist indirect. Bovendien is jouw donor-intentie wellicht al inspirerend tijdens je leven en dus bij voorbaat al heel waardevol. Dit hele traject van a year to live heeft sowieso al menigeen aan het denken en praten gezet 😉

Leave a Reply

Your email address will not be published.